De middenpositie vasthouden (minder nauwkeurig)
Wanneer je de luchtcilinder simpelweg wil laten stoppen in een tussenpositie (niet per se extreem nauwkeurig) kan je onderstaande ventielen gebruiken.
Het 5/3-wegventiel
Dit ventiel heeft drie standen. Uitschuiven, trekken en de middenstand (ruststand). Je kunt kiezen voor het elektrisch gestuurde, pneumatische of handbediende ventiel.
Gesloten middenstand:
- De luchtpoorten naar de cilinder worden afgesloten. Hierdoor zit de lucht in de cilinderkamer(s) opgesloten en houdt de zuiger zijn middenpositie vast. Het nadeel van dit ventiel is dat er bij zware belasting lekkage in het ventiel op kan treden. De cilinder kan langzaam gaan schuiven omdat er verschil in de oppervlakte van de zuiger optreed in de in- en uitgaande slag. Bij gelijkmatige belasting zal de zuiger altijd nog wat door of teruglopen in de uitgaande kant.
Open middenstand:
- Beide cilinderkamers staan onder duk. Dit geeft stabiliteit maar omdat er verschil in oppervlakte is tussen de stangzijde en de zuigerzijde, kan de zuiger toch bewegen als er een externe kracht op wordt gezet.
Gebruik van terugslagkleppen
Een betere manier om de cilinder in positie te houden wanneer er een externe kracht op rust is door gebruik te maken van luchtgestuurde terugslagkleppen of stop ventielen.
Wanneer je de luchttoevoer uitschakelt, worden de kleppen gesloten. De lucht in de cilinder wordt op deze manier volledig geblokkeerd. Dit zorgt voor een veiligere en vastere stop dan wanneer je alleen met het 5/3-wegventiel werkt. Dit is een ideale oplossing voor het vasthouden van de cilinder op een willekeurige plek, bijvoorbeeld wanneer je met de luchtcilinder iets wil klemmen.
Nauwkeurig positioneren
Wanneer je de cilinder nauwkeurig wilt laten stoppen en vasthouden op een specieke positie, heb je een meer geavanceerde techniek nodig.
Proportionele besturing
De beste manier om de luchtcilinder nauwkeurig te laten positioneren is met een proportionele besturing. Wat inhoudt dat je een proportioneel ventiel en een positiesensor nodig hebt op de cilinder. Het ventiel regelt de luchtstroom en druk geleidelijk door middel van een elektronisch signaal. De positiesensor meet de werkelijke positie van de zuiger en stuurt dit terug naar een regelaar. De regelaar past vervolgens via het ventiel de druk en luchtstroom aan totdat de gewenste positie voor de luchtcilinder is bereikt.
Cilinders met meerdere vaste posities
Met een tandem cilinder of meerdere gekoppelde cilinders kun je de luchtcilinder op meerdere vaste posities laten stoppen. De kamers worden selectief belucht en hierdoor zijn er meerdere tussenposities mogelijk.
Kortom, hoewel een standaard luchtcilinder de eindposities prefereert, kun je ‘m met de juiste componenten in elke positie laten stoppen en vasthouden, waarbij de benodigde nauwkeurigheid de techische oplossing bepaalt.
Terug naar de kennispagina's